Zone 30 kan levens redden!

In de Europese Unie sterven jaarlijks ongeveer 35 000 personen in het straatverkeer. Meer dan een derde van de slachtoffers komen om bij ongevallen waar overdreven snelheid de oorzaak is. De EU heeft zich daarom als doel gesteld om het aantal verkeersdoden naar 20 000 te doen laten dalen. Dat doel had eigenlijk al in 2010 moeten gehaald worden, maar de vorige maatregelen bleken niet effectief genoeg.

Een zone 30 als standaard kan helpen! 80% van de Europese bevolking woont immers in een stedelijke omgeving en in steden en dorpskernen gebeuren ongeveer dubbel zoveel ongevallen als erbuiten (Duits Federaal Bureau voor de Statistiek). Bij kinderen ligt dit cijfer nog veel hoger, in 2011 gebeurden in de steden en dorpskernen in Duitsland 28 keer meer ongevallen met kinderen dan erbuiten.[1]

Gevaren kunnen sneller herkend worden

Autobestuurders kijken automatisch naar waar ze rijden, de blik gespitst op de plek waar ze binnen twee à drie seconden zullen zijn. Hoe hoger de snelheid hoe verder de blik van de automobilist ook gericht zal zijn. Aan 50km/u focust een bestuurder zich op ongeveer 40 meter voor hem, bij 30km/u is dat maar 15 meter. Daardoor kan een bestuurder aan lage snelheid ook meer in het oog houden wat er links en rechts van hem gebeurt. Als er plots iets aan de straatrand moest voorvallen hebben ook autobestuurders de kans om nog te reageren. Ook het aantal waargenomen verkeersborden neemt sterk toe aan een tragere snelheid.

De remweg wordt korter

Als een auto die 30km/u rijdt na 14 meter stilstaat, kan diezelfde auto aan 50km/u pas na 28 meter tot stilstand komen. Aan 50 km/u heb ja al 14 meter afgelegd voor je zelfs maar kan reageren en begin je dan pas af te remmen. De menselijke reactiesnelheid is immers ongeveer 1,5 seconden, zelfs aan een snelheid van 30km/u leg je nog 8 meter af op die anderhalve seconde.

De gevolgen van een ongeval zijn lichter

Aan 30km/u neemt de waarschijnlijkheid van een ongeval af. Moest er toch een ongeval gebeuren zijn de gevolgen ook minder erg.

Als je als voetganger wordt aangereden door een auto die 50km/u rijdt komt dat ongeveer overeen met een val van 10 meter hoogte en heb je als voetganger zo’n 30% overlevingskans. Indien je als voetganger zou aangereden worden door een auto die 30km/u rijdt heb je 90% overlevingskans, de impact is dan te vergelijken met een val van 3,5 meter hoogte.

In Zweden, waar het vervoersbeleid de ‘Vision Zero’ volgt; dat wil zeggen 0 doden, schrijft de wegbeheerder (Vägverket): “Het werken aan de realisatie van Vision Zero heeft duidelijk gemaakt dat 30km/u de limiet moet zijn als voetgangers en fietsers een ongeval willen overleven.[2]

Empirisch onderzoek bevestigd dat bij een maximumsnelheid van 30km/h in verstedelijkt gebied er minder zwaargewonden of doden vallen, en dan vooral bij kinderen, bij ongevallen. Dat hebben talloze zones 30 bewezen, sinds het eerste proefproject in Buxtehude. In alle zones 30 daalde de ernst en het aantal ongevallen gevoelig, gemiddeld tussen de 10 à 25%. Enkele studies, zoals de meest uitgebreide studie hieromtrent uitgevoerd in London (van 1986 tot 2006)[3], kwamen nog veel hogere cijfers uit. Dit zijn de cijfers die uit dat Londons onderzoek kwamen:

  •  Totaal aantal ongevallen:  min 41,9%
  •  Ongevallen met dodelijke afloop:  min 35,1%
  •  Ongevallen met kinderen onder 15 jaar:  min 46%
  •  Zware ongevallen met dodelijke afloop bij kinderen:  min 50%

 

 

Terug naar de vorige pagina.